Transforms
|
Update juni 2010
Resultaten:
1292 patiënten namen deel aan deze studie en 89% hiervan doorliep de studie volledig. De studiemedicatie leidde in een dosis van 0.5 en 1.25 mg tot positieve resultaten. Zo was er een verminderde aanvalsfrequentie (jaarlijkse aanvalsfrequentie bedroeg 0.16-0.20 en 0.33 voor resp. 0.5mg-1.25mg-Avonex). Na 1 jaar leidde de studiemedicatie niet tot een lager risico om blijvende functionele beperkingen op te lopen. De parameters bij MRI-onderzoek evolueerden gunstig. De meest voorkomende bijwerkingen waren hartgeleidingsstoornissen bij de eerste inname van het product, maculair oedeem (probleem met de ogen), hoge bloeddruk, huidkanker, herpesinfecties en gewijzigde leverfunctie. Twee patiënten stierven aan de gevolgen van ernstige infecties: veralgemeende varicella zoster infectie en herpetische encephalitis. Langere studies zijn nodig om de veiligheid en de werkzaamheid van deze behandeling op langere termijn vast te stellen.
Prof. dr. B. Dubois - juni 2010
Indien het een orale placebo is, zal Avonex via een intra-musculaire injectie worden toegediend. Indien de orale medicatie fingolimod is, zal intramusculair placebo toegediend worden.
Patiënten mogen voordien een behandeling gehad hebben met Avonex, Betaferon, Rebif of Copaxone maar moeten tijdens de duur van de studie overgaan naar de studiemedicatie.
Tekst opgemaakt door MB D'hooghe |